7 | ONDERHANDELEN EN OVERTUIGEN

7 | ONDERHANDELEN EN OVERTUIGEN

OEFENINGEN HOOFDSTUK 7

Hoe goed kun jij onderhandelen?

  • Ik kan goed onderhandelen en krijg meestal mijn zin.

Leg uit waarom je dat vindt…

Voor mij persoonlijk is onderhandelen en iemand overtuigen vaak een uitdaging: ik vind het leuk om anderen uit te dagen en dingen voor elkaar te krijgen.

Noem drie situaties in het dagelijks leven of in jouw werkveld, waarin je moet onderhandelen.

  1. Personen die mij niet willen doorverbinden met de persoon die ik moet spreken aan de telefoon;
  2. Een samenwerking met een bedrijf binnenslepen;
  • Mijn dienst (blog) verkopen.

Hoeveel overtuigingskracht heb jij?

  • Redelijk veel, maar ik moet er wel in geloven

OPDRACHT 1

Deze opdracht heb ik samen met twee klasgenoten doorgenomen in de les, mondeling.

OPDRACHT 2

Bekijk het plaatje. Wat gaat hier mis?

De personen kijken elkaar niet aan.

Bekijk de uitspraak. Is deze gedaan door een goede onderhandelaar?

Nee, vind ik niet.

OPDRACHT 3

Beschrijf een situatie waarin je het lastig vond om te onderhandelen.

River Island, een kledingwinkel, had mijn bestelling niet opgenomen terwijl ik wel betaald had. Na heel lang zeuren en onderhandelen kreeg ik uiteindelijk mijn geld wel terug, maar ik vond het een lastige situatie.

Welk belang had jij?

Mijn belang was om mijn geld terug te krijgen.

Welk belang had de andere partij?

Zij wilden hun geld behouden en goed reviews op internet hebben.

Wat was het resultaat?

Na een paar dagen zeuren kreeg ik mijn geld terug.

Was de relatie met de andere partij na het onderhandelen beter of slechter?

Hetzelfde als daarvoor.

Hoe kwam dat?

Ik ken de partij niet persoonlijk, dus heb ze nooit meer gesproken naderhand.

Waarom vond je de onderhandeling lastig?

Het ging moeizaam en ik praatte met een volwassen persoon die mij niet kon helpen.

Wat had je anders kunnen doen?

Niks, ik vind dat ik goed gehandeld heb.

OPDRACHT 4

Ik heb deze opdracht mondeling besproken.

OPDRACHT 5

Ik heb deze opdracht mondeling besproken.

OPDRACHT 6

Noem twee situaties waarin het belangrijk was dat jij goed kon overtuigen. Bijvoorbeeld op je BPV of bijbaan.

SITUATIE 1: Toen ik mijn eerste intakegesprek had bij mijn stage-bedrijf, moest ik mezelf heel erg goed neerzetten omdat ze me anders niet aan zouden nemen vanwege leeftijd. Ik moest hen ervan overtuigen dat ik goed genoeg was voor hun bedrijf, en dat is uiteindelijk gelukt.

SITUATIE 2: Toen ik bij mijn bijbaan graag van vakkenvuller naar zowel vakkenvuller als kassamedewerker wilde, moest ik mezelf een klein beetje bewijzen bij mijn teamleiders. Uiteindelijk heb ik ze ervan weten te overtuigen dat ik dit kon.

Kies een van deze situaties. Wat waren jouw argumenten waarmee je de ander wilde overtuigen?

SITUATIE 1: Mijn argumenten waren dat ik niet te jong was, maar mij volwassener gedroeg dan dat mijn leeftijd zei. Daarnaast was een argument dat ik al veel ervaring had, ik de kwaliteiten die zij vroegen beheerste en binnen het team paste wat betreft de workflow.

Is het gelukt om de ander te overtuigen?

Ja! Ik ben aangenomen.

BRIEF VOOR SPREKER

Larissa de Vos

Larissa de Vos | 19 jaar | Mediaredactie-medewerker | Eigenschappen: Spontaan / Creatief / Perfectionistisch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.