Naar de rechtbank (rechtbankverslag)

Drie verdachten nemen plaats op de stoelen in de rechtbank, ieder vergezeld door zijn advocaat. De drie mannen hebben een overeenkomst: ze hebben alle drie, hoe dan ook, iets te maken met een hot tub. Hoe dat zit en wie er daadwerkelijk een strafbaar feit heeft gepleegd, moet nog blijken.

De rechter meldt allereerst dat twee van de drie mannen zowel verdacht als getuigen zijn. Hiervoor geldt: als verdachte heb je het recht om een vraag onbeantwoord te laten, als getuige ben je verplicht om alles eerlijk te beantwoorden. Deze twee mannen, meneer P. en meneer D., vertellen ieder afzonderlijk van elkaar dat ze elkaar ontmoet hebben op school, heel wat jaren terug.

De heer P. heeft volgens feiten op 30/3/15 twee hot tubs gehuurd voor het feestje van zijn vader. Nadat meneer heeft opgebiecht dat hij beide hot tubs illegaal heeft doorverkocht vanwege een tekort aan geld, komt hij terug op zijn mening: hij zou er toch maar één verkocht hebben. De ander heeft al die tijd in zijn schuur gestaan, en is later opgehaald door de politie en naar het politiebureau gebracht. ”Zonet vertelde u nog dat u ze beide had verkocht, vanwaar dat u nu van mening veranderd? Zoiets weet u toch wel zeker, neem ik aan.” Zijn advocate probeert duidelijkheid te scheppen. ”Ik weet het niet.” Zijn advocaat legt hem uit dat hij rustig naar alle vragen moet luisteren en moet nadenken voordat hij iets zegt. Er word onrust opgebouwd in de zaal en druk heen en weer geschoven op de achterliggende bankjes door een man die bij elke uitspraak een klein beetje zenuwachtiger wordt.

Die ene verkochte hot tub, is verkocht aan meneer D. Niet direct, want deze heeft meneer Donders gekocht van meneer E.: de derde en laatste verdachte in de zaak. Meneer E. ontkent dit. Zevenhonderd euro is wat meneer D. heeft neergelegd voor dit stoombad. Hij werkt in de handel en zegt ‘veel research te hebben gedaan naar de prijs’. De rechter twijfelt over de betrouwbaarheid van zijn verklaring, en vind dat meneer ‘zelf had kunnen voorzien dat zevenhonderd euro echt te weinig is’.

De OvJ eist dat meneer P. een taakstraf krijgt van 60 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk. Hij baalt. Meneer E. en meneer D. wordt een korte taakstraf opgelegd, maar de rechter spreekt ze verder vrij voor verduistering en schuldheling. Een last valt voelbaar van hun schouders af en met een opgeluchte zucht verlaten ze de rechtszaal. Meneer P. komt er vanaf met een taakstraf – de schadevergoeding is ingetrokken. De betrokken advocaten zijn het unaniem eens over het feit dat men er nooit achter gaat komen wie waar schuldig voor is, en dat het op deze manier simpel afgedaan is.

Larissa de Vos

Larissa de Vos | 19 jaar | Mediaredactie-medewerker | Eigenschappen: Spontaan / Creatief / Perfectionistisch.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.