FOUR GENERATIONS – LONG Q&A

collaage_fotor

Hoi allemaal! Voor school was het de bedoeling dat we een interview hielden met één opa of oma. Ik zou geen Larissa heten als ik dit nét iets anders aan zou pakken. Dit is overigens niet de originele opdracht, en persoonlijk vind ik het altijd leuk om zulke nuchtere teksten te lezen! Want inderdaad: wij hebben nog altijd 4 generaties, iets mega bijzonders.

Het komt niet meer vaak voor dat er 4 generaties zijn. Bij ons is dit tot op heden nog wel het geval, en het leek mij leuk om daar iets mee te doen! De opdracht was het interviewen van je opa of oma, maar ik interviewde beide mijn oma’s. M’n lieve mams zat er ook bij, en ik praatte uiteraard ook mee. Het hele gesprek heb ik uitgetypt, dus lees er lekker doorheen! Dit is dus niet mijn officiële interview. De ingekorte versie (met enkel mijn twee oma’s) komt deze week nog online!

Interview doel: verschillen per generatie, hoe zij leefden toen ze even oud waren als ik nu (16) en wat zij anders deden dan dat ik dat nu doe.

Aafje Boonstra (links): overgroot oma; 25 mei 1925 (91 jaar)

Corrie Boonstra-van der Zijden (tweede van links): oma; 26 juli 1948 (68 jaar)

Florance van der Zijden (derde van links): moeder; 26 februari 1970 (46 jaar)

033

Hadden jullie op 16 jarige leeftijd een relatie?

A: Ja, eerste en laatste.

C: Nee, dat is niet waar!

A: Jawel, ik was op m’n 15e al samen met Jo.

C: Hoe oud was je dan dat je trouwde? De oorlog zat er nog tussen.

A: 1947.

C: Dat is 2 jaar na de oorlog.

A: Ja. 1945 was er vrede.

C: Je zegt: ‘’In 1940 was je 15 jaar…’’ * A onderbreekt *

A: Jij bent in 1948 geboren. En wij zijn in 1947 getrouwd.

C: Dan hebben jullie zeven jaar verkering gehad.

A: Ja.

L: Maar opa Jo was dus wel je eerste vriendje? En laatste? Of zat er nog eentje tussen?

A: Ja, ik heb maar 1 vriendje gehad en dat was opa.

L: En jij, oma C?

F: Jij hebt er meerdere gehad! Oma heeft er eerst een paar uitgeprobeerd, haha.

C: Even kijken hoor… Ik was 16, ja. Ik heb [naam persoon X], [naam persoon Z] gehad… Ehm…

F: Zie je, komt er nog een aan. Heeft ze ook uitgetest.

C: Nee, en toen kwam opa. Toen was ik 17.

L: Maar op je 16e had je dus ook al een relatie? Niet met opa, maar eentje daarvoor?

C: Ja, maarja, wat was toen verkering? Je stond bij school op elkaar te wachten en je fietste samen naar huis terug.

L: Dat was het?

C: Oh, wacht eens, ik heb er nog een gehad. Die katholieke toen!

F: Nog meer!

C: Ja. Maar je ging niet samen naar een discotheek ofzo. Stukje wandelen, stukje fietsen.. Niet ergens een kopje koffiedrinken of wat dan ook.

 

Wat was het maximale leeftijdsverschil in die tijd?

C: Nou dat was in die periode best wel een ophef, want toen ik opa Jan leerde kennen was ik 17, en hij 26. En dat was best een probleem, 9 jaar verschil.

L: Ja. En bij jou, oma A?

C: Ik denk dat dat in haar tijd wel 4 jaar was, dat was wel het maximale toen.

A: Ja, klopt.

 

Werd er op dat moment ook al gespijbeld op school of kon dat echt niet? * stilte * Of was het gewoon niet mogelijk, überhaupt?

A: Nee, ik geloof het niet.

C: Nee, dan kreeg je thuis op je flikker. Dat durfde je niet. Ik heb nooit gespijbeld, in elk geval.

L: Oma A ook niet? Nooit gespijbeld?

A: Nee, nooit.

 

Hoe ging straf op school? Wat voor straffen waren er zoal?

A: Strafwerk maken!

L: Ik had heel vaak in mijn geschiedenisboeken gelezen dat je dan met een liniaal werd geslagen enzo. Of was dat al veel verder daarvoor?

A: Oh nee!

C: Nee, nee! Dat klopt wel, en dat was in haar tijd wel zo, maar dat waren de Christelijke scholen. Want er staat in de Bijbel geschreven dat je met harde hand mag straffen.

A: Er zat duidelijk een verschil tussen openbare en Christelijke school.

C: In haar tijd was dat inderdaad zeker zo, dat ze geslagen werden met linialen. Dan moesten ze hun hand neerleggen, en dan ‘Poing’.

L: Maar oma A, jij moest dus strafwerk schrijven op school?

A: Ja.

L: En jij dan, oma C?

C: Geen idee!

A: En dan nam ik gauw de papieren mee naar huis, en dan ging ik zo op de slaapkamerdeur zitten schrijven, kijken of m’n ouders er ook aan kwamen. Dan moest je soms wel 100 strafwerken schrijven, hoor!

dsc_0896_fotor

 

Hadden jullie toen jullie 16 waren al een baantje?

C: Nee.

A: Ik heb ook nooit in de hoeken hoeven staan.

C: Dat vroeg ze niet, moeder. We zijn klaar met de vorige vraag.

A: Oh…

C: Of je een baantje had toen je 16 was!

A: Toen ik 14 was al!

L: Wat had je voor een baantje?

A: Ehm, ik had 1 baantje. Echt werken, bij een meneer en mevrouw. Ging ik ’s morgens werken, het hele huishouden schoonmaken. En daar beurde ik 2,50 in de maand.

L: In de maand?!

A: In een week, bedoel ik.

L: In een week?!

A: In een week. En dan werkte ik bij een meneer en een mevrouw, boeren. En er was ook nog een zoon, die studeerde boven. En dan kregen we ook nog chocolade water gekookt, weet je wel. Maar het was oorlogstijd, en die mensen hadden een hele grote boerderij, en dan hadden ze hele fijne appels en alles. En die werden allemaal boven op de kast gelegd, die moesten dan zogenaamd drogen, en bij die zoon – was ook een oude zoon hoor – daar lagen die appels allemaal boven op de kast. En toen een keer op een morgen zegt mevrouw: ‘’Aafje,’’ ik zeg: ‘’Ja mevrouw?’’ ‘’Zou jij boven op die kast even schoon willen maken?’’ “Oh, jawel hoor.’’ Dus mevrouw had alle appels van de kast afgehaald, waarna ik op de trap voor de kast stond en er nog eentje zag liggen. Ik zeg: ‘’Mevrouw, deze appel lag nog boven op de kast’’ ‘’Och kind,’’ zegt ze, ‘’die ben ik helemaal vergeten.’’ Toen ging ik om 12 uur weg, en zei ze: ‘’Aafje, omdat je zo vriendelijk bent geweest, mag je die appel houden.’’ Dus ik zei: ‘’Nee, dankuwel mevrouw. Mijn moeder koopt zelf wel appels.’’ Toen ik het thuis vertelde zei mijn vader: ‘’Maak zo gauw mogelijk dat je daar weg komt.’’ Zo ging dat.

L: Ben je alleen schoonmaakster geweest? Of nog meer?

A: Ja, iets later nog op een atelier gewerkt. Ook rond mijn 16e. Allemaal kleding repareren. Gammel oorlogsgoed.

 

Wat wilden jullie worden als zestienjarigen?

C: Oma A werd gewoon vroeger gezegd dat meisjes niet hoefden te leren, want die gaan toch in de huishouding. Dat is geld verspillen.

L: Dus jij, oma A, hebt niet doorgeleerd?

C: Nee, dat deed niemand in die tijd van haar. Bij mij al wel wat meer.

L: Wat wilde jij worden toen je 16 was, dan?

A: Jij bent toch eerst naar de Mulo gegaan?

C: Ja, ik heb eerst de Mulo gedaan, toen heb ik in de avonduren steno gedaan. Maar toen werkte ik al, dus vanuit het bedrijf wilden ze graag dat ik steno deed. En ik heb detailhandel gedaan.

L: Maar toen je 16 was, zoals ik nu zeg: ‘’Ik wil journaliste worden’’, wat zei jij toen?

C: Nee, dat was toen nog niet zo. Alleen mijn vader zei in die periode al wel dat meisjes ook moesten leren want die moesten ook een toekomst hebben. Dus hij liep best al wel een beetje vooruit op de grote maatschappij.

 

Waren er op het moment dat oma C 16 was, tradities in júllie gezin? En wat voor regels waren er waar jij je aan moest houden die nu wellicht anders zijn?

C: Nou, wij moesten altijd om 6 stipt aan tafel zitten, en anders kregen we geen eten meer. Want 6 uur was 6 uur. En zondagochtend ook altijd, dan moesten we aan tafel zitten –  wat dat betreft zou het een kerkelijk gezin geweest kunnen zijn – zo niet, kreeg je ook geen brood meer, want dan was het ontbijt al geweest.

L: En waren er nog tradities bij Oma A in het gezin die je nog weet? Die je bij zijn gebleven?

C: Nou, zaterdag ’s avonds was altijd iedereen thuis en dan werd er televisiegekeken en chips gegeten bij oma. Dat was in haar periode.

 

Wat werd er gedaan met de alcoholgrens die toen nog 16 was? Tegenwoordig zuipen mensen er op los als ze nog geen eens zestien zijn, was dat vroeger ook zo?

C: Of er een vaste grens was weet ik eigenlijk niet.. Het gebeurde gewoon niet dat je zo heel jong aan de drank zat en de eerste keer was dan thuis, met kerst bijvoorbeeld. Volgens mij was er niet echt een leeftijdsgrens toen..

A: Nee, nee. Bij ons zeker niet.

C: Maar ik denk wel, in haar periode (oma A), dat mannen veel vroeger gingen drinken. Als jonge jongens.

A: Ja, soms een biertje, of een borreltje.

F: En roken…

L: Ja, maar daar ben ik nog niet. Dat is de volgende vraag.

oma-voor-snoepjeshuis

Sigaretten stonden in jullie tijd (als ik mama moet geloven) altijd gewoon op tafel bij verjaardagen. Was roken al chique op je zestiende of kon dat alleen als je volwassen was?

C: Nee, als je 16 was dan werd er wel gerookt, ja.

A: Maar jij rookte toen nog niet.

C: Nee, pas toen ik bij Jan gekomen ben.

A: Ja, toen ben ik pas gaan roken. Voor die tijd rookte ik niet.

L: Niet bij verjaardagen?

C: Nee.

L: Stond niet op tafel?

C: Jawel. Ik weet niet of dat bij oma ook zo was. Stonden in jouw tijd de sigaretten ook zo op tafel, moeder?

A: Ja. En de sigaren. Als er visite kwam werd dat op tafel gezet.

L: Maar was dat puur chique of deden ze het om stoer te doen?

C: Nee, was niet uit stoerheid.

A: Nee, was echt niet stoer.

C: Ja, stond gewoon op tafel, inderdaad. Stond hier een potje, daar een potje, daar nog eentje. En dat kon je gewoon pakken. Je was op een verjaardag, dus je hoefde niet je eigen sigaretten mee te nemen. Werd eigenlijk hetzelfde gezien als een koekje of snoepje. Hoorde er ook bij.

A: Maar het was bij mij niet zo dat je zomaar kon blijven pakken. Net als met gebak. Als iedereen één gebakje heeft gehad, ging het gebak naar de keuken.

C: Maar dat doe je nou ook niet met gebak…

A: Nou.. Of met iets anders. Maar vaak blijft er wel iets staan, en dan ‘’Oh ik wil nog wel een stuk gebak.’’ Want op de camping ook, toen hadden we tompouces, en dan bleef dat ook staan en iedereen pakte daar wat van. En dat was ik helemaal niet gewend.

C: Neuh, ze is nu 91 en daar is ze nooit aan gaan wennen. Hahahaha.

A: Nee.

 

Maar hoeveel mensen rookten er op jullie leeftijd? Wat was het gemiddelde?

C: Nou, werd wel heel veel gedaan.

A: Heel veel, hoor!

C: Op een gegeven moment werkte ik bij V&D en toen zal ik een jaar of 17 geweest zijn, en dan rookten we stiekem bij de toiletten. Je had daar een vrij groot toilethok, en dat mocht natuurlijk niet. En als je dan de wc door trok, dan ging het rook met het water mee naar beneden.

A: En de peuken werden er ook in gedaan, hahaha.

L: Wat erg.

A: Ja, die bleven ook weleens boven drijven.

 

Deze vraag is dan eigenlijk dubbel, maar: Mochten/moesten jullie doorleren? En mocht je voor alles doorleren of alleen ‘vrouwelijke’ beroepen?

C: Nou, ik wilde graag bij de Milva.

L: Wat is dat?

C: De vrouwelijke militairen. Volgens mij bestaat dat niet eens meer.

F: Nee, maar je had er wel gepast. Hahaha.

C: Maar het mocht niet, van mijn vader. Want mijn vader zei: ‘’Je wordt geen officiers matras’’. Dat is een doordenkertje voor je.

L: Ik snap hem niet..

F&A&C: * lachen*

C: Die vrouwen, die gingen dan het leger in. Maar merendeels zijn mannen, en die hebben weleens ergens behoefte aan. En dan zeiden ze, als je bij de milva bent, dan ben je een officiers matras.

L: Oftewel: je bent een hoer?

C: Ja.

 

Larissa de Vos

Larissa de Vos | 19 jaar | Mediaredactie-medewerker | Eigenschappen: Spontaan / Creatief / Perfectionistisch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.